Eenden

Marius Eppo Boudewijn

 

Midden in Amsterdam woon ik samen met fictieve eenden. Verspreidt over de muren van mijn slaapkamer hangen hun portretten. Allen met een eigen naam en een beroep. De meesten zijn mannetjes, meneertjes. Ze dragen hun veren allemaal anders.

Wanneer ik ze aankijk is het van geen waarde dat ik hem heb gemaakt. Zij zien ze in mij de biologe die ik werkelijk zijn kan. De econoom, de journalist, de hospita, de archeologe, de Poolse drogist, de maagd, de min. Ik is een eend.

Helaas kan ik jullie niet aan mijn eenden voorstellen op het internet. Het is er de plek niet voor. Iemands levensverhaal vertel je niet even als er nog twintig volgen. Tenminste, niet als het zo verwant is aan je eigen leven. Het zijn misschien geen zelfportretten, maar door hun komst ben ik wel steeds vaker een eend.

Ik zal u hier dus niet kunnen vertellen waarom de Architect steeds kleinere kamers bouwt voor zijn beste vriend, en ik zal u niet vertellen waarom de Bibliothecaresse op haar buik slaapt.

De eend is een gewelddadig gedicht. De eend is vreemd. De eend is met al het gevogelte het zwijgen van God.

De Internet Gids